Bandenspanning optimaal houden

Optimale spanning is een van de blangrijkste aspecten van de zorg voor banden. De juiste spanning zorgt voor een gelijke contactdruk van het loopvlak met de grond en voorkomt ongelijke slijtage. Bovendien wordt intern het warmtepeil stabiel gehouden, doordat de rolweerstand gereduceerd is en de warmte die ontwikkeld is, snel wordt afgevoerd. Kortom de juiste spanning zorgt voor een maximum prestatie wat betreft veilig rijden, rijcomfort en geldbesparing.

De optimale spanning van een band is aangegeven op een plaatje in de wagen. Als er geen plaatje beschikbaar is, vermelden sommige fabrikanten de originele spanning in het handboek van de wagen. Bandenleveranciers kunnen ook relevante nformatie geven. Bovendien wordt de maximum spanning voor veilig rijden gemarkeerd op de wang van de band

In het algemeen is de optimale spanning ongeveer 90% van het maximum niveau. Voor rijden bij hoge snelheid wordt de bestuurders aangeraden een hoger dan normale spanning te gebruiken.

Te hoge spanning

Hoog opgepomte banden kunnen onregelmatigheden in de weg niet goed opvangen en dit leidt ertoe dat de rit ruwer wordt.
Banden kunnen ook gemakkelijker worden beschadigd, waardoor het veiligheidsniveau lager wordt.

  • Veiligheid - Gevoeliger voor schade door externe factoren (grote gaten in de weg, rommel)
  • Zuinigheid - Versnelt slijtage, vooral slijtage van het middeste loopvlak gedeelte

Te lage spanning

Te lage spanning veroorzaakt meer slijtage van de band, creëert teveel hitte en zorgt ervoor dat de wangen teveel buigen. Dit vermindert de bandintegriteit waardoor er zich eerder problemen kunnen voordoen.

  • Veiligheid
    - Buitengewoon veel warmte leidt tot separatie van het loopvlak of falen van de koordlaag
    - Gemakkelijker voor een bandhiel om los te raken van het wiel
    - Buitengewone frictie tussen het wiel en de bandhiel kan leiden tot falen van de hiel
    - Gevoelig voor staandegolf deformatie
  • Zuinigheid
    - Versnelt slijtage, vooral slijtage van het schoudergedeelte
    - Grotere rolweerstand vermindert de brandstofzuinigheid van een wagen

Belangrijke punten voor behouden van de juiste spanning

  • De spanning moet worden aangepast aan de belasting.
    Volg de spanningaanwijzingen van de autofabrikant op. Als er geen aanwijzing van de fabrikant is, kunnen bandenfabrikanten de informatie geven.

  • De spanning van de banden kan natuurlijk door gebruik afnemen dus moet u regelmatig controleren. De beste tijd om de spanning te controleren is voordat u een lange afstand gaat rijden of in ieder geval eens per week.

  • Vanwege karkasdoorbuiging ontwikkelen alle banden tijdens gebruik warmte en een hogere spanning, die na afkoelen weer op een gewoon niveau terugkeren. De toename van de spanning tijdens het rijden is normaal en moet daarom niet worden ‘ontlucht’- waardoor de spanning in de opgewarmde banden wordt gereduceerd wat een toename van spanning boven hun spanning bij opstarten ten gevolge heeft. Als men de lucht in dit stadium laat ontsnappen, kan dit onderspanning het gevolge hebben, wat CBU(koord gebroken of uit elkaar getrokken) kan veroorzaken. De spanning moet in ‘koude’ staat worden gemeten. Door het rijden van maar 2km kan de bandenspanning ongeveer met 4psi toenemen, dus wanneer de spanning in een ‘warme’ staat wordt aangepast, moet u ongeveer 4psi aan de aanbevolen druk in een koude staat toevoegen.

  • Verhoging van de spanning (0.2~0.3kg/cm2) voor rijden op hoge snelheid kan het gevaarlijke fenomeen van staande golf en onregelmatig rekken voorkomen. De hogere spanning reduceert rimpelen van de band en heeft daardoor een lagere bandtemperatuur tot gevolg, terwijl hij op een nat wegdek effectiever wordt wat betreft waterafvoer. In het geval van dual wielen, moeten beide banden identieke spanning hebben.

  • Luchtlekken vanwege niet goed werkende kleppen komen relatief vaak voor. Met een tubeless band doen de meeste luchtlekken zich voor in het gedeelte naast het wiel en de klep. Controle moet worden uitgevoerd met behulp van zeepwater of zoiets om vast te stellen dat er geen luchtlekken zijn rondom het klepgedeelte of in het gedeelte naast het wiel en de band.